Welke letters komen wanneer, waarom in die volgorde, en hoeveel woorden je kind na elk groepje kan lezen. Plus wat te doen met letters die op elkaar lijken.
Scholen leren de letters niet op alfabet aan, maar in groepjes waarmee je meteen woorden kunt maken. Na het eerste groepje kan een kind al maan en raam lezen. Dat is het hele idee: elke nieuwe letter levert nieuwe woorden op.
Bijvoorbeeld: maan, raam
Bijvoorbeeld: raam, roos, vis, oor, vaas
Bijvoorbeeld: net, step, kaas, taart, ster
Bijvoorbeeld: been, bes, kaas, taart, ster
Bijvoorbeeld: helm, bril, slee, ui, ballon
Bijvoorbeeld: duim, aardbei, oog, ui, ballon
Bijvoorbeeld: ballon, mier, kwast, fles, dolfijn
Bijvoorbeeld: poes, koek, stoel, bloem, kleur
Rood zijn klinkers, blauw medeklinkers. Elke school houdt een iets andere volgorde aan; dit is de opbouw die het meest voorkomt en die wij ook gebruiken.
Sommige letters lijken op elkaar in vorm of in klank. Die kun je beter niet tegelijk aanleren, en bij het oefenen zet je ze juist wel naast elkaar zodra ze allebei bekend zijn. Dit zijn de paren waar het vaakst iets misgaat:
Bij b, d en p gaat het om de vorm: hetzelfde rondje met een stok op een andere plek. Bij a en aa, o en oo gaat het om de lengte van de klank. Bij v, w en f om hoe de lucht langs je lippen gaat.
Alles op deze pagina kun je hier meteen oefenen. Gratis, zonder advertenties, en alles wordt voorgelezen, dus je kind kan zelf aan de slag.
Beginnen